Armeense kerken & organisaties zwaar teleurgesteld in Kabinet en minister president Rutte.

Armeense kerken & organisaties zwaar teleurgesteld in Kabinet en minister president Rutte.

(onderstaande brief is vandaag naar het kabinet gestuurd)

Excellentie, Geachte heer Rutte,

Een aantal weken geleden nodigden wij u uit om deel te nemen aan de honderdjarige herdenking van de Armeense Genocide op 24 april 2015. Tot onze grote teleurstelling en verbazing liet u ons weten dat u daar niet bij aanwezig zou zijn. Nog veel teleurstellender was dat u schreef dat wij u uitgenodigd hadden om “de kwestie van de Armeense Genocide” te herdenken, wat natuurlijk niet waar is.

Bij uw afwijzing van onze uitnodiging ontbreekt helaas een toelichting. Vorige week stelde u echter dat het kabinet “geen partij wil kiezen” wat betreft de Armeense Genocide. Daarbij ziet u twee belangrijke dingen over het hoofd. Ten eerste is het herdenken van slachtoffers van genocide niet hetzelfde als “partij kiezen” voor wie dan ook. Het is slechts steun betuigen aan de nabestaanden van die slachtoffers en het laten zien dat het kabinet de preventie en bestraffing van volkerenmoord serieus neemt. Het feit dat de Turkse staat de Armeense Genocide al lange tijd met enig succes politiseert, betekent niet dat u daarin mee moet gaan. Ten tweede geldt dat voor zover al sprake kan zijn van partij kiezen, Nederland reeds in 2004 duidelijk partij heeft gekozen. Met aanname van de ondubbelzinnige motie Rouvoet in dat jaar heeft het Nederlandse parlement de Armeense Genocide erkend.

Een andere reden dat uw kabinet in eufemistische bewoordingen blijft spreken over de Armeense Genocide, is naar eigen zeggen dat het niet aan het kabinet zou zijn om de gebeurtenissen van 1915 juridisch te duiden. Op dit punt kunnen wij u geruststellen: het kabinet hoeft geen juridisch onderzoek te doen naar de kwalificatie van de gebeurtenissen van 1915, maar slechts de Armeense Genocide te noemen wat het is. De bedenker van de term genocide, Raphael Lemkin, had uitdrukkelijk de Armeense Genocide voor ogen toen hij die term bedacht. Wij verwijzen naar het voor u als historicus ongetwijfeld fascinerende interview dat Lemkin in 1949 aan de Amerikaanse zender CBS gaf, waar hij onder andere zei: “Ik raakte geïnteresseerd in genocide omdat het zo vaak plaatsvond. Eerst tegen de Armeniërs, en na de Armeniërs kwam Hitler in actie.” In dit licht bezien, getuigt het standpunt van uw kabinet van weinig historisch besef.

Het feit dat het Ottomaanse Rijk in 1915 doelbewust en op systematische wijze de Armeense bevolking van Anatolië heeft uitgemoord is erkend door de Verenigde Naties en het Europees Parlement en wordt ook door steeds meer overheden erkend. Duitsland, een land met niet alleen een veel grotere bevolking van Turkse afkomst dan Nederland, maar ook een land met veel grotere handelsbelangen in Turkije, heeft het onlangs wél aangedurfd om het volkerenmoord (GENOCIDE) te noemen. Dat gold al langer voor Rusland en Frankrijk. De redenen van uw kabinet om dat niet te doen, zijn daarmee niet geloofwaardig en weinig overtuigend. Het is pijnlijk dat juist Nederland, waar zich de zetels van het Internationaal Strafhof en Joegoslavië-tribunaal bevinden, mensenrechten ondergeschikt acht aan economische belangen en de ontkenningspolitiek van de Turkse staat steunt.

Laat ik met een concreet voorbeeld illustreren waar die steun toe leidt. Na de onthulling van het Genocide monument vorig jaar, organiseerde de Turkse consul-generaal in Nederland een demonstratie in Almelo. Vanuit de Dinayet-moskeeën, die rechtstreeks onder het Turkse ministerie van godsdienstzaken vallen, werd gratis busvervoer naar Almelo beschikbaar gesteld om aan die demonstratie deel te nemen. Tijdens de demonstratie werd Ottomaanse legermuziek gespeeld en scandeerde de menigte leuzen als: “Karabach is het massagraf van de Armeen”. Ondanks het feit dat hier Kamervragen over zijn gesteld door Pieter Omtzigt (CDA), heeft uw kabinet zich niet publiekelijk uitgesproken tegen deze massale uitging van haat jegens de Armeense gemeenschap. Wat zou uw reactie zijn als Holocaust-ontkenners met Duitse legermuziek in SS-uniformen een demonstratie zouden organiseren bij een Holocaustmonument? Waarschijnlijk een keiharde publieke veroordeling. Dat is pijnlijk voor de Armeense gemeenschap, evenals het feit dat leden van uw kabinet herdenkingen van de Holocaust en de genocide in Rwanda wel consequent bijwonen. Het kan niet zo zijn dat de pijn van een gemeenschap zwaarder weegt dan de pijn van de andere.

Dit jaar organiseerde de Turkse studentenvereniging Anatolia met hulp van de Turkse regering op de avond van de herdenking van de Genocide een lezing die bedoeld was om de Genocide te ontkennen. Hieruit, en uit de demonstratie in Almelo, trekken wij de conclusie dat de huidige Turkse regering geen enkele aanstalten maakt tot de verzoening en waarheidsvinding waar u toe oproept. Overigens zien we dat een aantal groeperingen van Turkse origine in Nederland hiertoe wel bereid is.

We nodigen u graag uit om alsnog een bezoek te brengen aan het Genocidemonument en aan onze gemeenschap in Almelo. De Armeense gemeenschap in Nederland, waaronder zich veel nabestaanden van de slachtoffers van de Armeense Genocide bevinden, zou het bijzonder op prijs stellen indien u op deze wijze uw solidariteit met haar zou betuigen.

Met vriendelijke groet,

Armeense Kerk Nederland

 

11204863_437833156393369_6218995395348783738_n (1)